Foto Flickr: Lívia Cristina L. C.
Boeken & Cultuur

10 tips voor debutanten, of hoe je aan een uitgever voor je boek komt

Afgelopen zaterdagavond werd het eerste Debutantenbal gehouden, in De Balie te Amsterdam. Gevestigde en recent gedebuteerde schrijvers deelden hun ervaringen, uitgevers vertelden waar ze op letten en voor iedere bezoeker was er gratis schrijfadvies. 10 tips die in de loop van de avond gegeven werden aan beginnende auteurs.

Vrijwel iedere amateurschrijver droomt ervan om uitgegeven te worden door een echte gevestigde uitgeverij. Maar hoe zorg je dat jouw manuscript opvalt tussen de duizenden andere die ieder jaar opgestuurd worden? Natasja Oosterloo was aanwezig bij het Debutantenbal en noteerde de volgende 10 tips van Lidewijde Paris van Nieuw Amsterdam, Joost Nijsen van Podium en Josje Kraamer van Querido voor auteurs die op het punt staan hun eerste manuscript naar een uitgeverij op te sturen.

1. Heb geduld. Wees niet te snel met het insturen van je werk. Wacht tot je zeker(der) van je zaak bent, zodat je met vertrouwen voor je werk op kunt komen.
2. Lees veel. Schrijf veel. Terwijl je geduldig wacht, is stilzitten absoluut niet de bedoeling. Goede schrijvers zijn veellezers en als je niet schrijft, ben je geen schrijver. Het lijken open deuren, maar in de praktijk blijkt dit voor veel mensen een eye-opener… Door veel te lezen, leer je hoe andere schrijvers spelen met taal, hoe ze hun verhalen opbouwen, hoe ze een bepaald ritme opvoeren en de woorden aan elkaar rijgen tot een logisch geheel. Door veel te schrijven, kun je verschillende technieken oefenen, je eigen stijl ontwikkelen en concentratie en zitvlees kweken.
3. Wees zichtbaar. Uit de slush pile gevist worden lukt slechts een enkeling. Je moet opvallen, op verschillende manieren én plaatsen. Houd een blog bij, doe mee aan schrijfwedstrijden, leer mensen in het vak kennen. Kortom: laat je zien. Schrijf je poëzie? Dan zijn wedstrijden voor jou dé plaats om op te vallen.
4. Weet waarom je schrijft. Als je enige reden om te schrijven ‘ik wil rijk en beroemd worden’ is, dan gaat het heel lastig worden om te debuteren. Joost Nijsen gaf aan dat er in principe niets mis is met een dergelijke ambitie, maar het kan niet je drijvende kracht zijn. Wat is het doel van jouw verhalen? Waarom moet jij ze kwijt en waarom zouden anderen ze moeten lezen?
5. Weet bij welke uitgever jouw werk past. Geduld gehad, veel geoefend, veel gelezen en nu je meesterwerk geschreven? Klaar om een uitgever te overtuigen van je kwaliteiten? Dan is het tijd voor het voorbereidende werk. Stuur je manuscript niet naar twintig willekeurige uitgevers in de hoop dat er iemand hapt. Door te schieten met hagel raak je van alles, maar zeer waarschijnlijk niet de juiste snaar. Kijk in je boekenkast: bij welke uitgever publiceren jouw favoriete auteurs? Binnen welk genre valt jouw boek en welke uitgever is daar sterk in? Hoe beter jij kunt aansluiten bij de wensen van de uitgever, hoe groter de kans is dat jouw brief en manuscript daadwerkelijk gelezen worden.
6. Besteed veel zorg aan de begeleidende brief. Een groot deel van de beginnende schrijvers wordt al afgewezen op de brief bij het manuscript. Staat deze vol fouten, is deze te algemeen, kun je niet goed verwoorden waarom je juist bij deze uitgeverij wilt debuteren? Helaas, jouw manuscript zal onherroepelijk afgewezen worden. Besteed aandacht aan een heldere, korte brief, zonder overbodige poespas.
7. Wees in staat om helder samen te vatten waar je boek over gaat. Als jij dat al niet kunt, hoe moet de uitgever dan weten waar het boek over gaat?
8. Stuur niet te veel. Je hoeft niet meteen alle 528 pagina’s van je debuutroman uit te printen. Een aantal hoofdstukken is voldoende. Als de uitgever geïnteresseerd is, zal hij of zij vragen om meer materiaal. Probeer ook niet op te vallen met cadeautjes, vreemde dozen met wolken parfum of ondergoed. En laat je manuscript nog niet inbinden als boek; stuur het gewoon als een stapel A4-tjes toe. Dat mag uiteraard digitaal. Joost Nijsen gaf expliciet aan ‘te houden van een stapel papier’.
9. Heb je een agent nodig? Hierover verschilden de uitgevers van mening. Joost en Lidewijde hebben er geen bezwaar tegen, maar werken in de praktijk niet vaak samen met agenten. Voor Josje was dit juist wel een beproefde manier om nieuwe auteurs te vinden, ze prees vooral de samenwerking met Sebes & Van Gelderen.
10. Wees uniek. Wanneer worden uitgevers enthousiast? Als uit het manuscript blijkt dat jij goed kunt schrijven: er meerdere vertellagen zijn, je een eigen stijl hebt, er een goed ritme in het verhaal zit, je de lezer weet mee te voeren en je in staat bent veel te vertellen zonder het expliciet te benoemen. Juist: het aloude ‘show don’t tell’. En je valt op wanneer jouw verhaal juist niet autobiografisch is, je geen jeugdtrauma’s probeert te verwerken in je debuutroman of wanneer het geen verhaal is over de vreemde dingen die jouw huisdier meemaakt. Wijk af, vind je eigen pad.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *