Boeken & CultuurChicklitLiteratuur

Bewezen: taalgebruik in chicklit simpeler dan in literatuur

Iets wat eigenlijk iedereen al wist heeft nu ook een wetenschappelijke basis: in chicklit vind je over het algemeen simpelere zinnen dan in boeken die bekend staan als ‘literatuur’ – wat dat dan ook precies moge zijn. Onderzoekers aan het Huygens Instituut en de UvA analyseerden 16 chicklit-titels en 16 literaire romans op woord- en zinslengte en grammatica.

De chicklit-auteurs waar boeken van onderzocht werden zijn Chantal van Gastel, Astrid Harrewijn, Wilma Hollander, Mariette Middelbeek, Anita Verkerk en Rianne Verwoert. Voor de literaire romans hadden de onderzoekers als richtlijn dat ze minimaal een literaire prijs gewonnen hebben en in de laatste twee decennia gepubliceerd moeten zijn. Zo kwamen ze bij titels van Kees van Beijnum, Renate Dorrestein, Anna Enquist, Karel Glastra van Loon, Arnon Grunberg, Arthur Japin en Margriet de Moor.

Als eerste werd gekeken naar woord- en zinslengte: de chicklits hebben gemiddeld 11,9 woorden per zin, terwijl dat er bij literaire romans gemiddeld 14,1 woorden per zin zijn. Ook grammaticaal zijn er verschillen te bespeuren. 23,6% van de zinnen in chicklits zijn complex, tegenover 29,5% in literatuur. Literaire auteurs gebruiken meer bijzinnen, merkten de onderzoekers op. Een veel gebruikte soort bijzin is de betrekkelijke bijzin, kenmerkend voor beschrijvend taalgebruik. Vooral literaire auteurs maken gebruik van dit soort zinnen.

Tot slot is er eveneens een verschil in het gebruik van functiewoorden als de, om en hem. Chicklit-auteurs gebruiken veel functiewoorden waarmee dialogen en gedachten van personages worden weergegeven, literaire auteurs gebruiken meer functiewoorden die een beschrijving geven, zoals voorzetsels, lidwoorden en aanwijzend voornaamwoorden.

In een vervolgonderzoek gaan de wetenschappers op zoek naar het antwoord op de vraag of moeilijker taalgebruik ook betekent dat lezers een boek beter vinden. De wetenschappelijke weergave van het hierboven beschreven onderzoek vind je onder deze link.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *