Spanning

Nieuw: De ontsnapping, David Baldacci, lees hier alvast een fragment

Op 18 november verschijnt de nieuwste David Baldacci. De ontsnapping is de derde thriller in Baldacci’s John Puller-reeks. Lees hier alvast een fragment van dit spannende boek.

Over De ontsnapping:
Wanneer een zwaar stormfront over de staat Kansas trekt, valt in Leavenworth, een van de zwaarst beveiligde militaire gevangenissen in de Verenigde Staten, de stroom uit. De situatie verergert aanzienlijk wanneer ook de back-upgenerator de geest geeft en alle celdeuren tegelijk opengaan. De volgende ochtend blijkt een enkele, zeer prominente gevangene te zijn verdwenen. In zijn cel treffen de bewakers het lichaam van een onbekende man aan…
Voormalig majoor Robert Puller was veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens hoogverraad en het in gevaar brengen van de nationale veiligheid. Zijn ontsnapping uit Leavenworth leidt tot een massale klopjacht, maar niet alleen door de autoriteiten. Special agent John Puller van de Criminal Investigation Division is net zo goed vastbesloten zijn oudere broer John te vinden. Maar naarmate hij verder graaft in diens verleden, komt hij steeds meer te weten over de veroordeling dat niet klopt. En er is één persoon die alles op alles zal zetten om te voorkomen dat de waarheid naar buiten komt…

Reserveer dit boek

Fragment:
De gevangenis leek meer op de campus van een scholengemeenschap dan op een plaats waar mannen tien jaar of langer in een cel werden opgesloten voor misdrijven die ze hadden gepleegd terwijl ze het uniform van hun land droegen. Er waren geen wachttorens, maar wel twee schuinstaande, vier meter hoge hekken, gewapende patrouilles en genoeg bewakingscamera’s om vrijwel elke vierkante millimeter van deze locatie in het oog te houden. De United States Disciplinary Barracks stonden aan de noordgrens van Fort Leavenworth, naast de rivier de Missouri in Kansas op zo’n zestien hectare glooiend, bebost terrein. Dit was de enige maximaal beveiligde militaire mannengevangenis in het land. De belangrijkste militaire gevangenis van de VS werd de usdb of kortweg de DB genoemd. De federale gevangenis voor burgers Leavenworth, een van de drie gevangenissen op het terrein van Fort Leavenworth, stond zes kilometer zuidwaarts. En dan was er nog de Joint Regional Correctional Facility, ook voor militaire gevangenen. In Leavenworth zelf stond nog een vierde particulier geleide gevangenis, waardoor het totaal aantal gevangenen op ongeveer vijfduizend kwam. Het Toeristenbureau van Leavenworth, dat kennelijk munt wilde slaan uit de mogelijke al dan niet negatieve naamsbekendheid verwees in de reclamefolders naar het gevangeniswezen met de zin ‘Een tijdje zitten in Leavenworth’.
Er rolden veel federale dollars door dit deel van Kansas en ze sprongen zelfs als een stroom groene papieren sprinkhanen de grens naar Missouri over. Ze gaven de plaatselijke economie een opkikker en vulden de zakken van de bedrijven die het leger gerookte karbonades, koud bier, snelle auto’s en goedkope hoertjes leverden, en zo ongeveer alles daartussenin.
De DB had ongeveer vierhonderdvijftig mannelijke gevangenen. Ze zaten in ontsnappingsvrije cabines, waaronder een shu (Special Housing Unit). De meeste gevangenen hier waren veroordeeld voor zedenmisdrijven; zij waren overwegend jong en hadden lange straffen. Ongeveer tien gevangenen zaten constant alleen in een cel, terwijl de resterende gevangenen op de algemene afdelingen verbleven. De deuren hadden geen grendels, maar waren van massief metaal. Ze hadden een gleuf waar een dienblad doorheen kon worden geschoven. Er konden ook voetboeien door worden aangebracht als een gevangene ergens naartoe moest worden gebracht.
In tegenstelling tot bepaalde andere staats- en federale gevangenissen in het land werden hier discipline en respect geëist en gegeven. Er was geen sprake van een machtsstrijd tussen de gevangenen en hun bewakers. Hier gold de militaire wet en de gebruikelijke antwoorden van degenen die hier vastzaten, waren ‘Ja, meneer’, en iets minder vaak ‘Nee, meneer’.
In de DB waren ook dodencellen; daar zaten op dit moment zes veroordeelde moordenaars, onder wie de Fort Hood-moordenaar. Er was ook een executiekamer. Of een van de bewoners van de dodencellen ooit een injectienaald met een dodelijke vloeistof zou krijgen, was iets wat alleen de advocaten en rechters konden zeggen, waarschijnlijk jaren en miljoenen dollars aan juridische honoraria verder.
De dag was allang overgegaan in de nacht en het enige teken van activiteit waren de lichten van een burgervliegtuig, een Piper die opsteeg van het dichtbijgelegen vliegveld Sherman. Op dit moment was het rustig weer, maar op de radarbeelden was een tijdlang een krachtig stormfront te zien geweest dat nu richting het noorden trok. Een ander stormfront, dat in Texas was ontstaan, verplaatste zich als een vrachttrein zonder remmen richting het Midwesten. Nog even en dan kwam hij zijn noordelijke collega tegen met mogelijk verwoestende gevolgen. Het hele gebied zette zich al schrap voor de klap.
Toen de twee woeste fronten elkaar drie uur later inderdaad tegenkwamen, resulteerde dat in een storm met een vernietigende kracht, felle bliksemflitsen, striemende regenbuien en ongekend harde windvlagen.
De elektriciteitsleidingen werden als eerste uitgeschakeld; ze knapten als touwtjes door omvallende bomen. Daarna hielden de telefoonleidingen het voor gezien en vielen er nog meer bomen om die de wegen blokkeerden. Het nabijgelegen vliegveld Kansas City International Airport was uit voorzorg gesloten, alle vliegtuigen waren leeg en de terminal zat vol reizigers die wachtten tot de storm ging liggen en dankbaar waren dat ze vaste grond onder hun voeten hadden en niet in die woeste turbulentie gevangenzaten.
In de DB deden de bewakers hun rondes, ze dronken koffie in de pauzekamer of praatten enkel om de tijd te doden zacht met elkaar over onbelangrijke zaken. Niemand maakte zich zorgen over de storm die buiten woedde; zij zaten hier immers veilig in een fort van steen en staal. Ze zaten bij wijze van spreken op een vliegdekschip in een stormachtige wind en een woeste zee. Het was misschien niet aangenaam, maar ze zouden er geen problemen door ondervinden.
Zelfs toen de gewone stroomtoevoer stagneerde doordat de beide transformatoren in een nabijgelegen trafohuisje ermee ophielden en de gevangenis tijdelijk in duisternis werd gedompeld, maakte niemand zich echt zorgen. De enorme back-upgenerator sloeg automatisch aan, en die machine stond in een bomvrije ruimte met zijn eigen ondergrondse gasvoorraad die nooit kon opraken. Dit reservesysteem nam de taak van de eerste zo snel over dat de korte storing niet meer veroorzaakte dan wat geknipper van tl-buizen en enkele knallen op bewakingscamera’s en beeldschermen van computers.
Enkele bewakers bleven koffiedrinken en roddelen, terwijl anderen langzaam door de gangen liepen, hoeken omsloegen en de afzonderlijke blokken in en uit liepen om te controleren of alles binnen de DB in orde was.
Wat ten slotte ieders aandacht trok, was de totale stilte die ontstond toen de betrouwbare back-upgenerator met de eindeloze gasvoorraad in die bomvrije ruimte een geluid maakte als een reus met kinkhoest, en er toen gewoon mee ophield.
Alle lampen, camera’s en schakelpanelen gingen meteen uit, behalve een aantal beveiligingscamera’s die back-upbatterijen hadden. De stilte werd verbroken door dringende kreten en het geluid van rennende mannen. Walkietalkies kraakten en hielden ermee op. Zaklampen werden uit hun houder gerukt en aangedaan, maar gaven weinig licht.
En toen gebeurde het ondenkbare: alle automatische sloten op de celdeuren gingen open. Dit zou niet mogen gebeuren, want het systeem was zo gebouwd dat de deuren automatisch op slot gingen zodra de stroom uitviel. Niet zo’n goed systeem voor de gevangenen als de stroomstoring bijvoorbeeld door brand was veroorzaakt, maar zo was het nu eenmaal. Of zo zou het moeten zijn. Hoe dan ook, nu hoorden de bewakers de celdeuren door de hele gevangenis opengaan. En even later liepen honderden gevangenen de gangen in.
In de DB waren vuurwapens verboden. Dus konden de bewakers de orde alleen maar handhaven met hun autoriteit, hun intelligentie, hun training, hun vermogen de stemming van de gevangenen te peilen en hun zware wapenstok. Maar die wapenstokken werden vastgehouden met handen die steeds bezweter raakten.
Er waren standaardprotocollen voor een dergelijke situatie, natuurlijk, het leger had procedures voor elke mogelijke gebeurtenis. Het leger had standaard twee reserve-exemplaren van alle cruciale items. In de DB beschouwde men de back-upgenerator op gas als onfeilbaar. Maar nu liet die het toch echt afweten. Nu was het aan de bewakers om de orde te handhaven. Zij waren de laatste verdedigingslinie. Het eerste doel was alle gevangenen weer opsluiten. Het tweede doel was alle gevangenen weer opsluiten. Als dat niet lukte, zou dat volgens elke militaire maatstaf als een onacceptabele mislukking worden beschouwd. Carrières en daarmee sterren en strepen zouden wegvallen als de ver- dorde naalden van een kerstboom die eind januari nog in huis staat.
Omdat er veel meer gevangenen dan bewakers waren, moest er voor het bij elkaar drijven van alle gevangenen gebruik worden gemaakt van bepaalde technieken. De belangrijkste techniek was het groeperen van gevangenen in de grote open centrale ruimtes waar ze bevel kregen op hun buik te gaan liggen. Dit leek ongeveer vijf minuten goed te gaan, maar toen gebeurde er iets waardoor iedere bewaker dieper in de legerhandboeken moest duiken, en meer dan één sluitspier − bij zowel bewakers als gevangenen − werd gespannen.
‘Er wordt geschoten!’ schreeuwde een bewaker in zijn radio. ‘Schoten afgevuurd, locatie niet bepaald, bron onbekend.’
Deze boodschap werd steeds weer herhaald tot iedere bewaker haar had gehoord. Er werd geschoten en niemand wist waar of door wie. En omdat geen van de bewakers een vuurwapen had, betekende dit dus dat een van de gevangenen er een had, of misschien wel meer dan een.
Nu werd de situatie, die toch al ernstig was, bijna chaotisch.
En daarna werd de situatie nog veel erger: er klonk een explosie in Blok 3, waar ook de shu zich bevond. Nu veranderde de bijna-chaos onmiddellijk in een ultieme meltdown.
Het enige wat de orde zou kunnen herstellen was een overweldigende gewapende macht. En er waren maar weinig organisaties in de wereld die beter in staat waren een overweldigende gewapende macht op de been te brengen dan het Amerikaanse leger. Vooral als die gewapende macht vlakbij was, in Fort Leavenworth.
Een paar minuten later reden zes groene legertrucks de DB binnen door de hoofdingang, waarvan de geavanceerde intrusion detectionsystemen niet meer werkten. Militaire politie (MP’s) in swat-uitrusting en met wapenschilden sprongen uit de trucks, met hun automati- sche wapens en pistolen getrokken en schietklaar, en stormden meteen de gevangenis binnen. Ze konden alles uitstekend zien dankzij hun hightechnachtbrillen waardoor de duisternis in de gevangenis even duidelijk en goed te zien was als het beeld op een Xbox.
De gevangenen bleven roerloos liggen en de mannen die nog stonden, lieten zich meteen op de grond vallen ‒ op hun buik, met hun handen op de rug en trillende ledematen ‒ zodra ze de uitstekend getrainde soldaten zagen die klaar waren voor een oorlog.
De orde werd uiteindelijk hersteld.
Technici van het leger hieven de stroomstoring op, zodat het licht weer aanging en deuren weer op slot konden. Ondertussen droegen de MP’s van Fort Leavenworth de gevangenis weer over aan de bewakers en gingen terug zoals ze waren gekomen. De commandant van de gevangenis, een kolonel, ademde dankbaar uit toen het gewicht van de wereld, of in elk geval de onverwachte muur tussen hem en zijn volgende promotie, van hem af was genomen.
Gevangenen schuifelden terug hun cellen in.
De koppen werden geteld.
Een lijst van de gevangenen die waren geteld, werd vergeleken met de officiële gevangenenlijst. In eerste instantie klopten de aantallen.
In eerste instantie.
Maar bij nadere inspectie bleek dat niet het geval te zijn.
Er ontbrak één gevangene. Eentje maar. Toch was dat een belangrijke
gevangene, iemand die hier een levenslange straf uitzat. Niet omdat hij een officier had vermoord of één of meerdere mensen had gedood, en ook niet omdat hij iemand had verkracht, doodgeslagen, verbrand of gebombardeerd. Hij zat niet in een dodencel, maar hij was hier omdat hij een landverrader was, en de nationale veiligheid van zijn land in gevaar had gebracht. En dat was een reden waardoor iedereen alert en voorzichtig werd.
Nog onverklaarbaarder was het feit dat op het bed in de cel van deze gevangene iemand anders lag, een ongeïdentificeerde dode man die op zijn buik onder de dekens lag. Dat was de oorzaak van de verkeerde telling.
Ze doorzochten elke vierkante centimeter van de DB, inclusief de luchtkokers en alle andere plaatsen waar iemand zich kon verstoppen. Ze renden naar buiten, waar de storm al een beetje ging liggen, om daar te zoeken. Ze marcheerden in systematische rijen en lieten niets ononderzocht.
Maar dit deel van Kansas gaf niet prijs waar zij naar zochten.
De gevangene was verdwenen. Niemand kon verklaren hoe dat was gebeurd, niemand kon zeggen hoe de dode man daar was terechtgekomen en niemand snapte er iets van.
Er was slechts één onloochenbaar feit: Robert Puller, voormalig majoor bij de usaf (United States Air Force) en expert op het gebied van kernwapens en computerveiligheid en bovendien de zoon van een van de beroemdste militairen ooit, luitenant-generaal b.d. John Puller senior, was ontsnapt uit de DB ‒ de maximaal beveiligde gevangenis waaruit niemand kon ontsnappen.
Bovendien had hij een ongeïdentificeerde dode in zijn plaats achtergelaten en dat was zelfs nóg onbegrijpelijker dan dat hij erin was geslaagd om uit te breken.
Nadat de commanding officer, de CO, van de gevangenis op de hoogte was gebracht van deze kennelijke onmogelijkheid die nu realiteit was geworden, pakte hij de telefoon met als gevolg dat hij zijn ooit veelbelovende carrière op zijn buik kon schrijven.

Lees hier ook de volgende twee hoofdstukken.

Een reactie

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *